Gratis test

Gokken of blanco laten? De rekensom achter het halve punt

Het examen± 2 min lezenNagekeken september 2026

Het theoretische jachtexamen telt 60 vragen met telkens 3 keuzes. Een juist antwoord levert 1 punt op, een blanco antwoord 0, en een fout antwoord kost een half punt. Wie dat vergeet, rekent zich rijk.

36 juist is niet genoeg

Om te slagen heb je 60 % van het totaal nodig: 36 punten op 60. Maar punten zijn wat overblijft na de aftrek.

  • 36 juist en 24 fout: 36 − 12 = 24 punten, of 40 %. Niet geslaagd.
  • 36 juist en 24 blanco: 36 punten. Wel geslaagd, als elk vak ook in orde is.
  • Beantwoord je alle 60 vragen, dan heb je minstens 44 juist nodig: 44 − 8 = 36.

Elk vak apart

Daarbovenop moet je in elk van de drie vakken minstens de helft van de punten halen.

Vak Vragen Minstens
Wetgeving 15 7,5 punten
Fauna 30 15 punten
Jachtwapens en munitie 15 7,5 punten

Een voorbeeld voor wetgeving: 10 juist en 5 fout geeft 10 − 2,5 = 7,5, net genoeg. Met 9 juist en 6 fout hou je 6 punten over, en ben je gezakt, hoe goed de andere vakken ook gingen.

Wat gokken gemiddeld oplevert

Bij 3 keuzes kun je uitrekenen wat een gok gemiddeld waard is.

  • Je weet het helemaal niet en kiest willekeurig: 1 kans op 3 op +1, 2 kansen op 3 op −½. Gemiddeld is dat ⅓ − ⅓ = 0. Je wint er niets mee, maar je score gaat wel meer schommelen, en dat kan net het verschil maken in een vak dat op de grens zit.
  • Je kunt één keuze met zekerheid schrappen en kiest tussen de twee die overblijven: ½ × 1 − ½ × ½ = +¼ per vraag, gemiddeld.
  • Je twijfelt niet: dan is het geen gok.

Blanco laten kost nooit iets. Gokken loont alleen als je echt iets weet: als je minstens één antwoord kunt uitsluiten.

Lees het reglement van jouw jaar

De aftrek van een half punt staat niet in het Jachtadministratiebesluit zelf. Hij staat in het examenreglement, dat de jachtexamencommissie vastlegt en dat van jaar tot jaar kan veranderen. Lees dus het reglement van het jaar waarin je examen doet.

Test jezelf3 vragen
Tijdens een drukjacht staat u nog op post wanneer het hoornsignaal klinkt dat de lopende drift afsluit. Wat moet u doen?

Toon het antwoord

Juist: A — Onmiddellijk in een veilige richting ontladen, en pas daarna de post verlaten.

Bij het einde van een drift ontlaadt u onmiddellijk in een veilige richting, en pas daarna verlaat u uw post. De volgorde ligt dus vast: eerst ontladen, dan pas bewegen. Optie b keert die volgorde om en laat u zich met een geladen wapen verplaatsen. Optie c is nog verder fout: tussen twee driften in, terwijl u zich naar de volgende post verplaatst, hoort het wapen net leeg te zijn — het gaat pas weer dicht op het hoornsignaal dat de volgende drift opent, en niet eerder.

Welke geweidelen ontbreken bij het gewei van de ree in vergelijking met dat van het edelhert?

Toon het antwoord

Juist: A — de ijstak, de wolfstak en de kroon

Bij het edelhert dragen de takken van onder naar boven de namen oogtak, ijstak, middentak, wolfstak en kroon; de wolfstak ontbreekt bijna altijd en ijstak en oogtak soms. Bij de ree is het duidelijk: dat dier mist ijstak, wolfstak én kroon, zodat antwoord a precies die drie takken opsomt. De wolfstak is de 4e tak van onderen: hij zit hoog op de stang, boven de middentak en onder de kroon. Antwoord b is fout: oogtak en middentak horen niet bij wat de ree ontbreekt, en de roos is helemaal geen tak maar de ruwe kraag onderaan de stang, vlak boven de rozenstok. Antwoord c is eveneens fout: de rozenstok is het benige voetstuk dat bij het afwerpen op de schedel blijft staan, de stang is de hoofdtak van elk gewei en een end is een punt aan een stang; die delen worden bij de ree niet als ontbrekend genoemd.

U stelt na een schot vast dat het projectiel in de loop is blijven steken. Welke handeling is dan verboden?

Toon het antwoord

Juist: B — Nog een patroon afvuren om het vastzittende projectiel uit de loop te drijven.

Blijft een projectiel met te weinig kracht in de loop steken, dan mag u er in geen geval een volgende patroon achteraan schieten om het los te krijgen. Bij zo'n verstopping kan de druk niet weg, en daarom is dit geval even gevaarlijk als een wapen waarbij het schot niet vertrekt. Optie a is niet verboden maar net de voorgeschreven weg: ontladen, het wapen breken of de grendel openen, de lopen tegen een lichtbron nakijken en pas daarna herladen. Optie c beschrijft het wachten dat hoort bij een wapen dat na het overhalen van de trekker niet afgaat: u houdt het 30 tot 60 seconden in een veilige richting voordat u de patroon verwijdert, want een patroon die buiten de kamer alsnog afgaat, schiet gevaarlijke scherven rond — dat wachten is dus voorgeschreven en niet verboden.

Op het examen kost een fout antwoord een half punt, en een blanco antwoord niets.

Oefen verder met de gratis test